"Tussenmoment gevangen in een lied"

TOOST NA PRIJS VOOR HEFTIG LIED

ZOMAAR ONVERWACHT
Winnaar Annie M.G. Schmidtprijs 2011
Tekstschrijver: Gerard van Maasakkers
Componist: Egbert Derix
Uitvoerende: Gerard van Maasakkers

Het is februari 2012 als ik zanger/liedjesmaker Gerard van Maasakkers en componist Egbert Derix ontmoet bij Gerard thuis in Budel. Een paar dagen daarvoor hebben zij gehoord winnaars te zijn van de Annie M.G. Schmidtprijs 2011. Het nieuws moet nog geheim blijven tot de uitreiking in april, maar binnenskamers wordt een feestje gevierd. We lunchen met champagne.

“Als ik nadenk over het ontstaan van het lied Zomaar onverwacht, herinner ik mij allereerst de kennismaking met Egbert. Wij hadden een tijdje contact via Facebook en spraken daarna met elkaar af, omdat Egbert iets voor mij gecomponeerd had. Bij hem thuis hebben we vervolgens uren met elkaar gepraat, onder andere over herinneringen die je hebt aan momenten dat je met iemand samen was. Dat sprak me aan. Je kan wel zeggen dat er direct een klik was; alleen de muziek die hij voor mij had, die klopte niet…”

Egbert: “Ik had iets gemaakt, waarvan de melodie mij aan Het Dorp van Sonneveld deed denken en ik hoorde Gerard het al helemaal zingen. Met grote letters schreef ik er ‘nostalgie’ boven. Maar in ons gesprek die middag gebeurde iets wonderlijks. Gerard kende mijn werktitel nog niet en zei ineens: ‘Weet je waar ik een hekel aan heb? Aan nostalgie!’ Gelukkig kon ik hem nog iets anders laten horen.

Sue’s Rufus song
“Mijn vriendin is helemaal gek van Rufus Wainwright,” vervolgt Egbert, “en ook in het eerste contact met Gerard kwam Rufus’ muziek ter sprake. Daarom probeerde ik eens iets te componeren met wat voor mij de Rufus-vibe is. Ik noemde het Sue’s Rufus song en speelde ook dat voor Gerard. Hij vond het mooi, wilde het nog een keer horen en had door ons gesprek ook meteen een onderwerp voor een tekst in gedachten.” Gerard vervolgt: “Mijn liefdesrelatie zat toen op het vreemde punt, dat je weet dat het eindigt, maar dat dat nog niet is uitgesproken. Dat tussenmoment wilde ik vangen in een lied.”

Zomaar onverwacht
Gerard: “Kort na de ontmoeting met Egbert was ik een week in Bretagne. Ik had een opname van zijn pianoversie meegenomen en speelde die een paar keer af op mijn mobieltje. Op mijn wandelingen nam ik pen en papier mee, om aan mijn tekst te kunnen werken. Een paar dagen later zou mijn vriend komen om over onze relatie te praten. Daar in Frankrijk heb ik Zomaar onverwacht toen voor het eerst aan hem laten horen. Na iedere zin moest ik stoppen met zingen, want het is een heftig lied. Soms vraag ik me zelfs af of het eigenlijk niet te particulier is, maar gelukkig krijg ik terug dat veel mensen er hun eigen verhaal in herkennen.”

“Ook ik herken mezelf in dit lied,” vertelt Egbert, “en dat de echtheid ervan bij een gemêleerd gezelschap juryleden is binnengekomen, is erg mooi.” Gerard beaamt dat, schenkt de glazen bij en wijst naar zijn boekenkast: “Kijk, daar tussen de boeken staan een aantal prijzen. Ik heb er laatst een paar weggehaald, want het moet natuurlijk niet te gek worden. Maar het beeldje van Annie, die mag daar zeker bij!”