Mooi

Tekst: Maarten van Roozendaal
Muziek: Maarten van Roozendaal
Uitvoering: Maarten van Roozendaal

Nieuwe Klassiekers

Dit interview is verschenen in de bundel Nieuwe Klassiekers. Hierin staan 21 verhalen over 21 liedjes met eeuwigheidswaarde. De bundel is te koop voor € 12,50 (incl. vezendkosten). Bestellen kan per mail.

“Ik ben langzaamaan in dat lied gegroeid. Nu ik het zo vaak gespeeld heb, snap ik precies waar het over gaat. En wat de werking ervan is in het theater. Dit is het lied dat blijft. Het is gewoon mijn Laat me geworden. Maar dat is nooit mijn bedoeling geweest bij het schrijven ervan. Het was één grote grap. Ik heb me kapot gelachen!”

‘HOLY MOSES, DIE REACTIES HAD IK EVEN NIET ZIEN AANKOMEN’

Het grote lied van Maarten van Roozendaal dat als grap begon

Maarten van Roozendaal, een van de meest geprezen liedschrijvers in kleinkunstland. In seizoen 2005/2006 brengt hij samen met bassist Egon Kracht en gitarist Marcel de Groot het programma Barmhart in de theaters. Die voorstelling begint en eindigt hij met het lied Mooi.

Stampers als koralen
Maarten: “Het jaar 2005 startte voor mij met een reis naar Thailand. Niet even twee weken, maar ruim anderhalve maand. En dat is goed, want na een week of vier raak je pas ontvankelijk voor alle indrukken, die je in zo’n land kunt opdoen. Zeker iemand als ik, die altijd maar in zijn hoofd bezig is. En dan ben ik ook nog iemand die met zijn oren werkt en het niet gewend is om goed te kijken.”

“Tijdens die vakantie heb ik voor het eerst van mijn leven gesnorkeld. En echt, mijn ogen sprongen open. Die koralen man, fantastisch! Terug in Nederland ging ik naar het dorpje Kamerik. Daar had ik toen nog een hele grote, vervallen hut. Iets caravan-achtigs met een stuk land erbij. Het was lente en met die nog steeds wijd open en als het ware herontdekte ogen van mij, liep ik door de tuin. Ik zag opeens dingen die mij nooit waren opgevallen, varens en zo, terwijl ik me afvroeg: ‘hoe zit dat nou?’. Ik tuurde met verbazing in het binnenste van bloemetjes om te ontdekken dat de stampers van irissen dezelfde vorm hebben als koralen.”

Het lachen verging me
“In diezelfde weken was ik aan het schrijven, niet doelbewust voor een programma, maar vooral voor de lol. En allitereren in liedteksten vind ik altijd zo stom, dat ik het juist daarom zelf eens wilde doen. Gewoon om te laten zien hoe makkelijk dat wel niet is en om een beetje te pesten. Dus daar midden op het platteland zat ik vrijuit te allitereren van ‘zie de lammeren nou toch lurken’ en ‘hoe de jonge zwanen donzen in de zachte sloot’. En maar lachen, ik had een lol! Na iedere zin rende ik weer de tuin in. En verdomd, ik zag weer iets, rende terug naar binnen en schreef er zo weer een zin bij. Ik was gewoon een beetje aan het kutten en lachte me kapot! Tot ik op een gegeven moment schreef: ‘Ach ik ben goddank dus nog een keer een jonge lente waard’. Ai, dat zegt wel iets. Ik moest nog steeds wel lachen, maar het lachen verging me tegelijkertijd ook een beetje. En vervolgens kwam daar ‘om te janken zo mooi’ nog eens overheen. Dan heb je dus twee zinnen die alles wat je geschreven hebt in een context plaatsen. Enfin, toen heb ik die tekst met wat tegenzin toch maar op muziek gezet.”

En maar meppen
“Na de zomer had ik met Egon en Marcel afgesproken in een oefenruimte in Beverwijk. En wat doe je op een eerste repetitiedag? Dan speel je alles voor, wat je in de afgelopen periode bij elkaar gesprokkeld hebt. En dus ook Mooi. Vol schaamte! Hartstikke onzeker zelfs, omdat ik dacht dat dat lied echt flink over de top was. Alleen het woord ‘firmament’ al. Zwerk! Dat vind ik iets voor Syb van der Ploeg of zo. Als hij dat woord zou kennen, zou hij het zeker gebruiken. Maar nu deed ík het! Tien uur ’s morgens in een kale oefenruimte ging ik voluit. En maar meppen op die piano. Aan het einde van het lied zie ik Egon slikken en wegdraaien en is het even stil. Marcel kijkt me aan met die ijzige kop van ’m en zegt alleen maar: ‘Zo, dus jij wil ieder jaar een Annie M.G. Schmidtprijs winnen, dat is dus jouw bedoeling…’. Holy Moses, die reacties had ik even niet zien aankomen. Inhoudelijk was elk woord wel gemeend, maar de vorm, dat bloemrijke, het was gewoon een grap!”

Om te janken
“Gedurende de repetitieperiode en de try-outs werd de uitvoering van het lied beter. Het lied is best moeilijk om te zingen. Je moet het langzaam opbouwen en daarom precies weten waar je bent in het lied. Bij de lurkende lammeren krijg ik nog een lach van het publiek, maar verderop wordt het steeds serieuzer. Als je als zanger te snel aanzet, loop je stuk. En ik moest erin groeien, in dit lied. Omdat ik zelf steeds ouder en grijzer word, wordt het lied steeds meer waar. Het lied gaat over de natuur, maar staat ook voor het gevecht tegen ouderdom en de dood. Daarom is ‘om te janken zo mooi’ ook zo’n goede uitdrukking. Het is natuurlijk ook om te janken!”