Mag Ik Dan Bij Jou
MMaagg IIkk DDaann BBiijj JJoouu

Mag Ik Dan Bij Jou

‘ALS DE TALIBAN DE MACHT GRIJPT MOET IK WEL KUNNEN SCHUILEN’

Een lied heeft geen grote woorden nodig om goed over te komen

Door Daan Bartels

Het programma Hete vrede van Claudia de Breij gaat in januari 2010 in première en wordt overladen met goede recensies. In het najaar volgt de ultieme bekroning: Claudia wint de Poelifinario, de prijs voor de beste cabaretvoorstelling van het voorafgaande seizoen. Het sleutellied uit de voorstelling is Mag ik dan bij jou.

Het grote bureau op de werkzolder van Claudia de Breij heeft veel lades. Claudia trekt de eerste open, op zoek naar het notitieblok waarin de eerste regels zouden staan van Mag ik dan bij jou. Gehurkt, met naast haar een stapel schriften, begint ze te vertellen: “Je zou kunnen zeggen dat dat lied met me op de loop is gegaan. Het begin is redelijk helder, maar verder is de tekst sterk associatief tot stand gekomen. De eerste regels verwoorden waar de voorstelling Hete vrede over gaat. Het zegt iets over de tijd waarin we leven en verwijst tegelijkertijd naar de Tweede Wereldoorlog.”

Asterix en Obelix
“De coupletten bestaan uit telkens drie regels. Daar zit voor mij de hele wereld in. Mijn wereld. Als ik die regels zing, dan voel ik precies wat ik ermee wil zeggen. Je moet zo denken: er zijn heel veel plekken op de wereld waar ik niet zou mogen zijn wie ik nu ben. Ik ben een vrouw, ik leef van mijn mening en mijn pen, ik ben homoseksueel én moeder. Nederland is een soort dorp als dat van Asterix en Obelix ten opzichte van heel Gallië. Stel dat de Taliban hier de macht grijpt, dan moet ik wel kunnen schuilen.”

“Die coupletten, daar was ik dus wel tevreden mee. Met het refrein een stuk minder. ‘Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan?’, vind ik oké. Maar ‘En als ik moet huilen, droog jij m’n tranen dan?’, daarvan dacht ik: ‘Jezus, De Breij, daar moet je echt nog wat beters voor verzinnen. Schuilen, huilen… tjonge jonge jonge. Te larmoyant en veel te makkelijk gerijmd.”

Vondst bakken
“Bij de eerste try-outs bleek dit lied aan te slaan. Misschien dus wel juist door die simpelheid. Schuilen, huilen en je tranen laten drogen, dat is wat iedereen voelt. Intellectueler is het gewoon niet en je hoeft niet in iedere regel van een lied te laten merken dat je een vondst kunt bakken. Dus accepteerde ik mijn eigen woorden: dan maar geen kunst, zing het maar gewoon zoals het is.”

“Overigens, ik was in de periode van schrijven bij een optreden van Herman van Veen geweest. En als ik iemand hoog heb zitten, dan hij wel! Hij zong het lied Voor Marie-Louise, met daarin de regels: ‘Kom dan bij mij om je te warmen, ik maak een kamer voor je klaar, ’k zal je wiegen in m’n armen en je strelen door je haar’. Zeer onbewust heb ik een daaraan verwante tekst geschreven. Ik stel de vraag: mag ik dan bij jou? Het antwoord daarop had Herman al gezongen. Je zou kunnen stellen dat ik schatplichtig aan hem ben.”

Krabbels zijn het
Vluchtig bladert Claudia door het laatste schriftje uit de vierde lade, die ze opentrekt. En dan: “Jaaah! Hè hè, ik heb het hoor! Hier staat het. Krabbels zijn het slechts, twee zinnen en verre van volmaakt: ‘een liedje over onderduiken, dat dat niet meer kan omdat alles geregistreerd staat… Als het onweer komt en ik ben bang, mag ik dan bij jou. Als de oorlog komt en als ik dan alleen ben, mag ik dan bij jou’. Oh en kijk, daarna meteen een grap: ‘Zullen we een platonische affaire beginnen?’ En lachend: ‘Ja, maar dan met seks!’. Nooit iets mee gedaan! En terecht. Ach, je schrijft eens iets op…”