Ken Je Mij

Tekst: Huub Oosterhuis
Muziek: Stijn van der Loo
Uitvoeringen: Stijn van der Loo, Trijntje Oosterhuis

Nieuwe Klassiekers

Dit interview is verschenen in de bundel Nieuwe Klassiekers. Hierin staan 21 verhalen over 21 liedjes met eeuwigheidswaarde. De bundel is te koop voor € 12,50 (incl. vezendkosten). Bestellen kan per mail.

“Prachtig en ontroerend, het liet mij niet meer los. Ik moest het gewoon zingen!” Dat zijn de woorden van Trijntje Oosterhuis over het lied Ken je mij. De tekst daarvan is van de hand van haar vader, de theoloog en dichter Huub Oosterhuis. Zijn woorden zijn op muziek gezet door Stijn van der Loo, onder meer bekend als oprichter en zanger van a-capellagroep Intermezzo. Stijn en Trijntje vertellen hun verhaal.

‘PAPA, MET DIE MAN MOET JE GAAN SAMENWERKEN’

Trijntje Oosterhuis zingt tekst van vader op muziek van Stijn van der Loo

Stijn: “Ik was als kind fan van Wim Sonneveld. Ik herinner me nog de teleurstelling die ik voelde, toen ik ontdekte dat hij niet zijn eigen liedjes maakte. Ik ben mij toen meer gaan verdiepen in schrijvers en componisten. Ik wilde ontdekken waar het allemaal vandaan kwam. Ondanks mijn interesse in de kleinkunst, koos ik voor een opleiding aan het conservatorium. Daar heb nog steeds veel baat bij tijdens het componeren, arrangeren en lezen van muziek. Maar een lied begint voor mij altijd bij de tekst. De inhoud is het uitgangspunt voor mij.”

Aardige brief
Stijn: “Op het album Still Crazy van Intermezzo hadden wij een gedeelte van een tekst van Huub gebruikt. Ik heb hem daarom die cd gestuurd en kreeg een aardige brief terug. Daarin schreef Huub dat hij met zijn kinderen naar ons album had geluisterd en dat zijn zoon naar aanleiding van mijn muziek gezegd had: ‘Papa, met die man moet je gaan samenwerken’. Hierna volgden meerdere ontmoetingen tussen Huub en mij, waarbij ik geregeld stapeltjes teksten van hem kreeg. Ik mocht daar vrij uit kiezen en heb bij meerdere teksten muziek geschreven. Zo ook bij Ken je mij.”

Trijntje: “De allereerste keer dat ik Ken je mij hoorde was bij mij thuis. Van mijn vader had ik de dichtbundel Licht meegekregen. Daarbij zat een cd waarop Stijn teksten van hem zingt. Stijn had daarvoor zelf de muziek geschreven. Ken je mij sprong er voor mij bij de eerste keer luisteren meteen uit. Zo heftig ook, dat het mij niet meer losliet. Ik moest het gewoon zingen! Dat heb je soms met een melodie. En wie had ooit kunnen bedenken dat ik nog eens werk van mijn vader zou zingen?”

Buiten de kerk
Stijn: “Dat de liedjes die ik maakte met de teksten van Huub op cd zijn uitgekomen, komt door kunstenares en producente Iris van Haaren. Zij opperde dat zijn teksten ook buiten de kerk zouden moeten klinken. Immers, iedereen heeft levensvragen. Huub verwees haar door naar mij, waarna ik de cd Licht heb gemaakt. Kort na het uitkomen van het boekje met die cd, belde Trijntje mij op met de vraag of zij Ken je mij mocht zingen. Ik vond dat goed natuurlijk. Trijntje doet het liefdevol en op haar eigen manier, met haar mogelijkheden en haar kracht. Zo legt zij haar eigen getuigenis af met dat lied. Voor haar vader en voor mij kan dat alleen maar een compliment zijn.”

Op schoot
Trijntje: “Mijn vader schreef Ken je mij in het jaar dat ik geboren ben. Dat ik het zoveel jaar later op mijn repertoire heb genomen, maakt de cirkel van de band met mijn vader rond. Als ik het zing, voel ik me als een jong meisje op zijn schoot. Heel harmonieus. Ik ben natuurlijk opgegroeid met zijn teksten, maar door ze te zingen voelt het net of ik dichter bij hem sta. Niet geheel toevallig heb ik het lied live opgenomen in De Rode Hoed in Amsterdam. Die plek is het decor van mijn jeugd: mijn vader hield daar zijn diensten. Het optreden daar gaf ik samen met gitarist Leonardo Amuedo. Een fantastische muzikant is dat, die volledig een is met zijn instrument. Onze versie verschilt van de oorspronkelijke versie van Stijn. Stijns versie is iets rustiger.”

Mensen herkennen zichzelf
Trijntje: “Het lied brengt nog altijd veel teweeg. Ontroering vooral. Mensen herkennen zichzelf in de gedachte dat ieder mens kwetsbaar is en het liefst in z’n onvolmaaktheid geaccepteerd wil worden door de ander. Het is wat je ervaart als je ouders je als kind nemen zoals je bent, ook al ben je niet perfect. Dat onvoorwaardelijke vind ik zó mooi. Daar gaat het om!”