‘HET SCHRIJVEN VAN EEN LIED IS EEN ONTDEKKINGSREIS’
De persoonlijke verhalen van Boudewijn en Freek achter vondelingslied
Door Daan Bartels
Freek de Jonge schrijft de tekst van De vondeling van Ameland na een verzoek van Boudewijn de Groot. De beeldende vertelling doet aan als een parabel. Het verhaal van de vondeling, de jutter, het eiland en de zee is helder. Maar welke werelden schuilen erachter? Twee meesters in hun vak vertellen aan de hand van hun gedeelde succeslied over tekstschrijven, componeren en zingen.
De vondeling van Ameland
Tekst: Freek de Jonge
Muziek: Boudewijn de Groot
Uitvoeringen: Boudewijn de Groot, Freek de Jonge
Freek: “De vondeling van Ameland heb ik voor Boudewijn geschreven. Hij had mij om een tekst gevraagd. Aanvankelijk schreef ik alleen de coupletten. Later heb ik dat ‘ik kom eraan, ik kom eraan’ alsnog toegevoegd, omdat Boudewijn graag een refrein wilde in het lied. Je kan dus zeggen dat hij redactie heeft gedaan. Zo leidde de samenwerking tot een pasklaar lied. Thematisch was de opdracht helemaal vrij.”
Boudewijn: “Het verzoek aan Freek om iets voor mij te schrijven, zal ik eind jaren negentig gedaan hebben. Tot die tijd zong ik voornamelijk teksten van Lennaert Nijgh. Zijn werk werd door het publiek bijna traditioneel als goed ervaren. Bij mijn eigen teksten moest dat altijd maar weer blijken. De laatste jaren van Lennaerts leven kwam hij moeilijker tot schrijven. Hij beloofde wel nieuwe teksten, maar ze kwamen er niet. Daar begon ik hem dus al te missen. Tegelijkertijd gaf het me een soort van spannende vrijheid, waarbinnen ik met anderen kon samenwerken.”
Detailwerk
Freek: “Het schrijven van een liedtekst is een ontdekkingsreis, waarbij ik altijd benieuwd ben hoe die verloopt. Zolang het vel papier wit is, zijn de mogelijkheden onbegrensd. Er zijn dan geen remmingen. De eerste regel is belangrijk, die geeft sturing. Zo’n openingszin kan van alles zijn: ‘Het meisje speelde op de boerderij’ is er al een. Vanaf die eerste woorden ben je gebonden. Er dienen zich een metrum en een rijmschema aan en dan moet je. Die binding wordt steeds nauwer en nauwer naarmate je meer geschreven hebt, tot de laatste regel zich als het ware opdringt. Je bent dan verplicht een punt te maken of er in ieder geval een slot aan te breien.”
Boudewijn: “Een nieuwe liedtekst benader ik niet direct als muzikant. Eerst lees ik gewoon. Waar gaat het lied over? Welke sfeer roept het op? Het verhaal probeer ik mij zo concreet mogelijk voor te stellen, als een film eigenlijk. Bij die film schrijf ik dan de muziek. Volgens de regels van de klassieke componeerkunst moet je met de melodie beginnen, maar in de pop- en rockmuziek begin je vanuit de akkoorden. Je slaat wat akkoorden aan en zoekt daarbij naar een melodie. Steeds vaker schrijf ik muziek aan de piano, soms nog op gitaar. En daarbij zing ik. Zo ontstaat er een wisselwerking tussen akkoorden en melodie. Het is eigenlijk een puur intuïtief proces, dat sterk afhankelijk is van hoe de tekst ritmisch loopt, het rijmschema en de sfeer. Verder is het detailwerk. Als de klemtonen in ieder couplet op dezelfde plek vallen, volstaat het schrijven van één melodie. Is dat niet het geval, moet ik daar muzikaal rekening mee houden. In principe schrijf ik muziek op de tekst zoals je hem uitspreekt.”
Texel
Freek: “Veel mensen vinden Pastorale een moeilijk lied; hebben geen idee waar het over gaat. Nou ja, ik vind het zelf niet zo ingewikkeld. Het gaat over de zon. De vondeling van Ameland is niet moeilijker. Het is gewoon een verhaal. Een beetje poëtisch misschien, maar het is ook heel simpel: ‘Hij had zich op de golven als in de baarmoeder gevoeld’. De zee staat hier voor de moederschoot, voor het vruchtbare waaruit alles voortkomt. En als het kind niet blijkt te kunnen aarden aan land, kiest het ervoor terug te gaan in zee. Kijk je naar het leven van mij en mijn vrouw, dan gaat dit lied natuurlijk over het kind dat wij verloren op Texel. Het is op dat eiland verwekt en er ook overleden. Toen ik het lied schreef was ik daar niet bewust mee bezig. Maar lees je het, dan is de link duidelijk.”
Boudewijn: “Ik kreeg de tekst en vond ’m mooi. Het is een afgerond verhaal. Ik wist natuurlijk van Freeks persoonlijke drama. Het staat er niet letterlijk in, maar ik voelde aan dat dat erachter schuilt. Zelf heb ik er aardigheid in de jongen uit het lied met Jezus te vergelijken: Jezus liep over het water, de jongen in dit lied loopt de zee in en verdrinkt. Daarmee valt de Jezusfiguur, die ik mijzelf voorstel, door de mand. Maar het meest telt voor mij de parallel met mijn eigen leven, die ik pas bij het zingen in de theaters ontdekte. De vondeling heeft de zee als zijn moeder ervaren en hij mist haar. Mijn eigen moeder is overleden in een Jappenkamp toen ik 1 jaar oud was. Ik heb haar dus nooit gekend en net als de jongen in het lied geen biologische moeder gehad. Die overeenkomst tussen hem en mij maakt het voor mij een nog betekenisvoller lied.”
Moeilijke stem
Boudewijn: “De vondeling van Ameland is een publiekslieveling geworden. Hij staat ieder jaar hoog in de Top 2000, terwijl het nooit als single is uitgebracht. Dat komt dus puur door het theaterpubliek. Freek zingt het lied zelf ook, al is dat voor mij wel even wennen. Hij heeft een moeilijke stem, waarmee hij vooral parlando en in het blues-idioom goed uit de verf komt. De vondeling heeft naar mijn smaak een wat meer muzikale benadering nodig. Toch zie ik dat Freek er mettertijd steeds meer bedreven in raakt.”
Freek: “Onze uitvoeringen zijn totaal verschillend van elkaar. Ik merk op dat Boudewijns frasering anders is en daarin hoor ik dat hij op een andere manier betekenis geeft aan het lied. Als ik het hem hoor zingen… Ach, als hij het mij hoort zingen heeft hij misschien hetzelfde. Ik hoor van mensen die mijn versie gewend zijn, dat ze die van Boudewijn minder vinden. En omgekeerd gebeurt dat natuurlijk net zo. Er zijn mensen die mijn uitvoering echt niet kunnen verdragen. Ieder van ons zingt zijn eigen lied.”