“De mensen zitten, het zaallicht gaat uit en jij mag!”

EEN TE PERSOONLIJK VERHAAL EN MUZIKANTENGEFREAK

ANNELIE
Winnaar Annie M.G. Schmidtprijs 2006
Tekstschrijver: Daniël Lohues
Componist: Daniël Lohues
Uitvoerende: Daniël Lohues

Daniël Lohues ontmoet ik op de dag van zijn veertigste verjaardag in Hotel Americain in Amsterdam. Als ik hem vraag naar herinneringen aan het ontstaan van zijn lied Annelie en de uitreiking van de Annie M.G. Schmidtprijs 2006, moet hij even nadenken voor hij begint te vertellen over ‘allennig’ optreden, lekkerbekjes met ketchup, de gitaar van Keith Richards en het winnen van prijzen.

De Drentse zanger Daniël Lohues tuurt met een nadenkende blik over het Leidseplein en steekt dan van wal: “Spelen in een theater is machtig mooi. De mensen zitten, het zaallicht gaat uit en jij mag! Mijn eerste optredens in het theater waren met Skik. Maar met zo’n dikke rockband achter je, kom je niet echt toe aan het vertellen van verhalen. Daarom wilde ik een keer alleen op tournee. Dan kon ik net zoveel tijd nemen als nodig en kleine liedjes zingen, waarbij de teksten meer op de voorgrond staan. De muziek moest dan klinken zoals ik die in m’n eentje thuis gemaakt had.”

Jeugdliefde
Eén van de liedjes uit de eerste Allennig-tour is Annelie, waarin Daniël Lohues zingt over zijn jeugdliefde. Lohues: “Ik toerde met The Louisiana Blues Club en de drummer daarvan was dol op lekkerbekjes met ketchup. Zo belandde ik op een gegeven moment met een bus Amerikanen bij de visboer van Erica en kwam daar de moeder van Annelie tegen. Hierdoor ging ik weer nadenken over de tijd van toen en het lied kwam er vervolgens in één keer uit. Ik vond het alleen veel te persoonlijk om er ooit iets mee te doen, tot ik het aan mijn kameraad Maarten liet horen, de bassist van Skik. Hij vond het prachtig en zei dat ik het absoluut moest opnemen. Dat heb ik toen maar gedaan.”

Muzikantengefreak
“Ik schreef het lied aan de piano, maar ik heb het opgenomen met gitaar in de balladestijl van de Amerikaanse folkzangers uit de jaren dertig, veertig. Omdat het lied veel coupletten heeft en erg verhalend is, past dat goed. Als gitaar heb ik de Gibson Dove gekozen. Ik ben een enorme fan van Keith Richards en hij had een Gibson Hummingbird, die daar sprekend op lijkt. Zelfde tijd, zelfde hout, zelfde bouwer en zo’n beetje hetzelfde geluid. Dit is natuurlijk muzikantengefreak, maar voor mij heeft het zeker toegevoegde waarde.”

Dat wordt nooit iets
“Op mijn tiende begon ik muziek te maken en vanaf het begin heb ik te horen gekregen dat dat nooit iets kon worden. Maar goed, Skik werd wat en The Louisiana Blues Club ook. En toen op een dag het telefoontje dat ik de Annie M.G. Schmidtprijs had gewonnen; nou, dat is wel wat hoor! Ik krijg gewoon nog kippenvel als ik eraan terugdenk, al moet je wel weten dat muziek maken en prijzen winnen niet bij elkaar horen. Voetbal en prijzen wel. Maar ik heb nooit aan sport gedaan, dus winnen zit er bij mij helemaal niet in. Eigenlijk is er bij de Annie M.G. Schmidtprijs ook geen sprake van winnen. De prijs wordt je toegekend, omdat een groepje vakmensen heeft bedacht dat dat ene liedje het waard is. Het is een inhoudelijk compliment en dat vind ik echt te gek.”